mariondecannière

A SALUTE TO THE WHEEL

Leon Vranken

16.05.2019 – 29.06.2019

Leon_Vranken-A_Salute_to_the_Wheel-mariondecanniere-2019_4
Leon_Vranken-A_Salute_to_the_Wheel-mariondecanniere-2019_6
Leon_Vranken-A_Salute_to_the_Wheel-mariondecanniere-2019_2
Leon_Vranken-A_Salute_to_the_Wheel-mariondecanniere-2019_7
Leon_Vranken-A_Salute_to_the_Wheel-mariondecanniere-2019_1
Leon_Vranken-A_Salute_to_the_Wheel-mariondecanniere-2019_5

EN


The wheel is often considered one of man’s greatest inventions. But while it certainly has brought us far, initially it was not intended to take us from here to there. The potter’s throwing wheel did not bridge spaces; it created new volumes. It is a perfect example of how man-made tools in their turn produce other artifacts, often obscuring the originating apparatuses. 


In his work Leon Vranken plays with the constituting elements of sculpture and image, proposing plastic solutions to artistic conundrums of his own making. The new bodies of work exhibited here all testify to this fundamental mode of operating. 

The first room gathers a series of paintings, which upon closer inspection defy our notions of what a painting is. Presented on top of crates –which do not reveal their actual purpose in relation to the works they support–, these flat, striped canvases give the impression of banners, display models, or fabric samples. Their surface value is offered up-front, with a salient art historical reference to Daniel Buren’s viral 8,7 cm wide stripes. The backsides of these works however remain mostly hidden from sight, for now. One needs to go full-circle before they are properly revealed. 


Cultural techniques are techniques that constitute a reality. That is, they shape our world in such a way that it is altered to a point where it is no longer the world from where these techniques once originated. It is tempting to think of art as the ultimate cultural technique, but art is most often not that powerful. A door, for example, is a cultural technique par excellence: it creates the realities of inside and outside. The wheel also is a cultural technique, not perhaps so much in its use as a pottery wheel, but as a vital part of the mechanics that have dramatically altered man’s sense of distance, and with it, of time and space. 


The second room holds a gathering of objects and images, hand-made or selected by Vranken. This didactic collection of study objects and research references offer an insight into the visual thinking of the artist. Hanging on the wall, the wagon wheel and the ship’s steering wheel represent archetypical wheel shaped objects that have moved from the industrious world of trade and travel to the decorative realm of rural and nautical interior designs. Rather than adopting a strategy of cynical appropriation, Vranken opts to manufacture the displayed wheel-related objects himself, because making truly is thinking. 


In the third room, three photographs show apparatuses of displacement: a ladder, small steps, and a wheelchair access ramp. Making use of the unreliable nature of photography, the scale of the represented objects and of the prints themselves throw off our usual perception of these utilities. Alongside the prints is another new work, which has been growing over a longer period of time. The display case holds a selection of wooden door stop wedges, taken by the artist from public buildings such as schools, hospitals, and civil service offices.
Both the staged photographs and the collection of wedges are part of an ongoing exploration of devices that create access. But through Vranken’s playful approach of these devices, we are going nowhere, or rather: we stay where we are. You climb the ladder only to go down another one. The wedge refers to an open door which we are to assume is now closed, since the wedge is lying here, stripped from its cultural-technical agency. 


Upon re-entering the first room, but now from the other end, we find ourselves confronted with a plethora of makeshift solutions to keep the striped paintings standing upright. This rearview candidly reveals the tireless Sisyphus labor of the artist: keeping it up. 


You spin me right round, baby 
Right round like a record, baby 
Right round round round 

– Dead or Alive, 1985



NL


Het wiel wordt vaak beschouwd als de belangrijkste menselijke uitvinding ooit. Maar hoewel het ons zeker ver gebracht heeft was het aanvankelijk niet bedoeld om ons van hier naar daar te brengen. De draaischijf van de pottenbakker diende niet om ruimte te overbruggen, maar om nieuwe volumes te maken. Het is een perfect voorbeeld van het fenomeen waarbij gereedschappen die de mens maakt op hun beurt andere artefacten voortbrengen en zo de oorspronkelijke apparaten overschaduwen. 



In zijn werk speelt Leon Vranken met de samenstellende elementen van sculpturen en afbeeldingen, en biedt hij plastische oplossingen voor artistieke vraagstukken die hij zelf veroorzaakt. 

In de eerste zaal wordt een reeks schilderijen tentoongesteld die bij nadere inspectie in vraag stellen wat een schilderij precies is. Deze gestreepte doeken – vlaggetjes, zaalmodellen, proefstalen? – worden getoond op kisten die hun eigenlijke doel in verhouding tot de werken die ze dragen niet vrijgeven. Van bij de eerste frontale indruk roepen de schilderijen ook associaties op met de woekerende, 8,7 cm brede strepen van Daniel Buren. De achterkanten blijven echter grotendeels aan het zicht onttrokken, voorlopig. De cirkel moet eerst voltrokken worden voordat deze ten volle zichtbaar worden. 


Culturele technieken zijn technieken die een realiteit voortbrengen. Dat wil zeggen: ze geven onze wereld zo vorm dat deze verandert tot op het punt waarop ze niet meer de wereld is waarin deze technieken ontstonden. Het is verleidelijk kunst te beschouwen als de ultieme culturele techniek, maar kunst is doorgaans niet zo krachtig. Een deur is bijvoorbeeld een culturele techniek par excellence: ze creëert de realiteiten van een binnen en een buiten. Het wiel is ook een culturele techniek: het is een vitaal onderdeel van de mechanieken die onze ervaring en ons denken over afstand, en dus over tijd en ruimte, ingrijpend hebben veranderd. 


De tweede zaal bevat een verzameling objecten en afbeeldingen, met de hand gemaakt of geselecteerd door Vranken. Deze didactische collectie van studieobjecten en onderzoekreferenties bieden een inzicht in het visuele denken van de kunstenaar. Aan de muur hangen een karrewiel en het roer van een schip: wielvormige objecten die de wereld van handel en reizen verlaten hebben en zijn opgenomen in de decoratieve sfeer van landelijke en nautische interieurs. Eerder dan zich dit soort objecten op cynische wijze eigen te maken, kiest Vranken ervoor om de tentoongestelde wiel-gerelateerde objecten zelf te maken, omdat maken echt ook denken is. 


In de derde zaal hangen drie foto’s waarop “verplaatsingsapparaten” te zien zijn: een ladder, een klein trapje en een rolstoelramp. De schaal van de afgebeelde objecten en van de prints zelf misleiden onze gebruikelijke receptie van deze gebruiksvoorwerpen. Samen met deze foto’s wordt een ander nieuw werk getoond. De vitrine bevat een selectie houten spies die gebruikt worden om deuren open te houden en door de kunstenaar weggenomen werden uit publieke gebouwen als scholen, ziekenhuizen en kantoren. Zowel de in scene gezette foto’s als de verzameling deur-stoppen zijn deel van een voortgezette verkenning van objecten die toegang creëren. Maar door de speelse toe-eigening van deze objecten door Vranken komen we helemaal nergens. Of beter: blijven we waar we zijn. De ladder wordt alleen beklommen om meteen weer een andere af te dalen. De spie verwijst naar een open deur waarvan we nu aannemen dat ze gesloten is, omdat de spie hier ligt, ontdaan van haar cultuurtechnische werking. 


Wanneer we de eerste zaal weer betreden, maar dan langs de achterkant, worden we geconfronteerd met een overdaad aan geknutselde oplossingen om de gestreepte doeken rechtop te houden. Dit achteraanzicht onthult de niet aflatende Sisyfusarbeid van de kunstenaar: zich staande houden.  


You spin me right round, baby 
Right round like a record, baby 
Right round round round 

– Dead or Alive, 1985

text: Samuel Saelemakers